Alle medewerkers van Stichting Tangent ontvingen als kerstcadeau 2014 een Bol-Bon waarmee je naar hartenlust kon winkelen, bestellen en uitpakken. Een gewaardeerd initiatief.
Maar Tangent pakte pas werkelijk uit met de donatie van een deel van het kerstbudget aan Edukans. Bovendien kregen twee leerkrachten de kans werelddocent te worden. Dat betekende dat ze, nadat ze een voorbereidingstraining gehad hadden, twee weken naar een van de negen ontwikkelingslanden waar Edukans actief is mochten gaan om ervaringen en competenties uit te wisselen met lokale leerkrachten. Tangent betaalde de reis. Maar Edukans verwacht dat je op je eigen school actie voert om extra geld in te zamelen.

Dit is Edukans
Edukans is dé ontwikkelingsorganisatie voor onderwijs. Wereldwijd gaan 58 miljoen kinderen niet naar school. Onderwijs geeft kinderen vaardigheden waarmee ze aan een goede toekomst kunnen bouwen. Daarom werkt Edukans - samen met leraren, schoolmanagement en ouders - aan meer en beter onderwijs in ontwikkelingslanden.

 

Sietske-en-MartineEven voorstellen
Sietske van der Wegen (Rennevoirt) en Martine Geertse (Stelaertshoeve) reageerden op de oproep en schreven een stevig onderbouwde aanmeldingsbrief. Zij waren niet de enigen, maar konden wél hun koffers gaan pakken. Voor de duidelijkheid: de twee leerkrachten kenden elkaar niet. Maar dat zou snel veranderen. Samen kozen zij voor Kenia.
Via een actiepagina konden belangstellenden geld doneren, want Edukans gaat ervan uit dat je zelf minstens 1000 euro bijdraagt aan kwalitatief goed onderwijs in Kenia. Sietske en Martine haalden veel meer geld op dan dit streefbedrag. De eerste hobbel was genomen. 

De Republiek Kenia is gelegen op de evenaar aan de oostkust van Afrika. Kenia deelt haar noordelijke grens met Soedan, Ethiopië en Somalië, haar westelijke grens met Oeganda en haar zuidelijke met Tanzania. Na de inwerkingtreding van de nieuwe grondwet is Kenia opgedeeld in 47 provincies. De hoofdstad van Kenia is Nairobi. Het land heeft een oppervlakte van ongeveer 582.000 vierkante kilometer. Kenia heeft een inwonertal van ruim 41 miljoen mensen. De twee officiële talen in Kenia zijn Engels en Kiswahili.

Hier sta ik voor!
In het laatste weekend van maart hebben de twee leerkrachten een tweedaagse training gehad, waarin ze werden voorbereid op hun reis. In een intakegesprek moesten ze duidelijk maken wat ze als doel van hun reis zagen. Dat ze niet het idee hadden dat het een all in zonvakantie ‘op kosten van de zaak’ zou worden met een excursie van een paar uur naar een schoolklasje in het oerwoud met het fototoestel in aanslag. Ook moesten de aspirant werelddocenten in een brief aan een fictieve collega hun visie op het onderwijs formuleren, eigen leerdoelen opstellen en kregen ze de kans hun ideale school te schetsen. 
Bovendien werden ze zich bewust gemaakt van hun eigen culturele denkkader. Je gaat er met je westerse bril op heen. Hoe ga je om met het verschil in cultuur, gewoonten, normen en waarden? Ook werd je getraind in het feedback geven, zodat je er niet als een blanke tipkip (term van Sietske) heen gaat, maar als gelijkwaardige gesprekspartner van de Keniaanse leerkrachten. 
Natuurlijk was een belangrijk deel van het trainingsprogramma ingeruimd voor de kennismaking met de andere leden van het team: elf collega’s/vrijwilligers en een medewerker van Edukans. Op 4 juni 2015 vertrokken ze. 

buiten

De onderwijssituatie in Kenia
De Nederlandse groep werd samen met een groep Finse werelddocenten verdeeld in subgroepjes, die verschillende Primary Schools gingen bezoeken in het district Awasi, dat ongeveer acht uur rijden ten westen van Nairobi ligt.
Sietske en Martine kwamen ieder in een ander groepje terecht, maar tijdens het gesprek met Marijke van Oploo en ondergetekende spraken ze met één enthousiaste mond over hun ervaringen.
De scholen zijn heel eenvoudige stenen gebouwtjes, soms van klei met een zandvloer. Er zijn wel raamkozijnen, maar er zit geen glas in. Daardoor worden de lokalen constant gelucht en valt veel zonlicht naar binnen. Elektriciteit is er niet.
De leerlingen zitten met vieren aan een bankje en delen één leerboek. Het meubilair wordt de hele dag door de school heen gesleept, want er is een chronisch tekort aan bankjes.
In Kenia werken ze volgens het leerstofjaarklassensysteem. Er zijn twee kleuterjaren, die gevolgd worden door klas een t/m zeven. Binnen één klas kan de leeftijd van de kinderen enorm verschillen, omdat bij lange na niet elk kind op de leeftijd van vier jaar naar school gaat. Maar je moet wél bij het begin beginnen, hoe oud je ook bent. De oudste leerling op een school was 21 jaar oud. Er was zelfs een meisje dat al een kind had.
Aan het eind van elk schooljaar moet elke leerling een toets maken. Als je daarvoor een voldoende hebt, ga je over. Bij een slecht resultaat blijf je zitten. Die toetsen zijn heel belangrijk en ze worden streng beoordeeld. Dat legt een flinke druk op het functioneren van de leerkracht.
De onderbouw heeft alleen ’s morgens les en de oudere kinderen blijven de hele dag. Veel jonge kinderen gaan niet naar huis, maar blijven op hun oudere broer of zus wachten. Dan heb je er een paar kleuters in de klas bij die alvast wat leerstof meepikken. Sommige kinderen moeten een uur naar school lopen.
Als Sietske en Martine met het busje van de zusterorganisatie van Edukans, Pamoja, naar de school gebracht werden, zagen ze kinderen in hun vaak versleten schooluniformen langs de rietsuikervelden lopen, kauwend op een suikerrietstengel. Het gevolg? Slechte gebitten, rotte tandjes.
Tussen de middag kregen de werelddocenten een overvloedige lunch aangeboden. Veel kinderen hadden niets te eten en moesten ’s middags met een lege maag de klas weer in. De leerkrachten deelden zuurtjes uit voor extra suiker. Een school had een tuintje aangelegd om het hongergevoel een beetje weg te nemen. Sietske en Martine hadden vaak de neiging hun lunch te delen met kinderen, maar dat werd niet op prijs gesteld. Er was een duidelijke hiërarchie. Soms namen de ouders het eten dat over was mee naar huis. Kwam het toch goed terecht.
De voertaal in het onderwijs is Engels, maar thuis spreken de kinderen hun stamtaal Dholuom. Hun ouders spreken helemaal geen Engels. Vandaar dat het taalniveau van de kinderen laag is.
In Kenia is het onderwijs gratis en de leerplicht omvat het hele basisonderwijs, maar als het marktdag is of de rietsuiker moet geoogst worden, heb je minder kinderen in je klas.

Dit is Pamoja
Pamoja Child Foundation is een kleinschalige ontwikkelingsorganisatie in Awasi, Kenia. Zij streeft naar een samenleving die bijdraagt aan een omgeving waarin kinderen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en verantwoordelijke burgers.

Active learning
In de voertaal van het onderwijs in Kenia: Active learning is a process whereby students engage in activities, such as reading, writing, discussion, or problem solving that promote analysis, synthesis, and evaluation of class content. Cooperative learning, problem-based learning, and the use of case methods and simulations are some approaches that promote active learning.
Voordat de werelddocenten de klas in gingen, was er een startconferentie gepland samen de Keniaanse leerkrachten, directeuren en ouderraden. Vraag: wat kunnen jullie van ons verwachten? Daar gebruikt Edukans een model voor, garage store genoemd:

Garagestore

showroom: dit onderdeel van het didactisch handelen van onze school is heel goed. Ben ik trots op, dus mag iedereen het zien;
accessoiries: wat goed is, maar nog enige verbetering behoeft, zet ik daar neer;
repair shop: wat in mijn lesgeven sterk verbeterd moet worden, gaat daar naar toe;
junkyard: daar moet ik tijdens mijn werk in de klas niets meer mee doen, is een gepasseerd station.
De te bezoeken scholen moesten tijdens de conferentie de garagestore invullen, zodat de werelddocenten alvast een idee kregen waar de sterke en zwakke punten van de school lagen.
Voor Sietske en Martine was dit model een eyeopener en zeker ook te gebruiken om je eigen lessituatie in beeld te brengen.

En nu de klas in
De wekker liep om vijf uur af. Om half zes stond het ontbijt klaar en om half zeven het busje. Hoezo strandvakantie? 
Elke werelddocent werd gekoppeld aan een Keniaanse duopartner. De eerste ochtend op de school werd besteed aan het observeren in de klas van de duopartner: hoe verloopt de les en hoe reageren de kinderen?
In het kort komt het hierop neer: de leerkracht vertelt, de kinderen luisteren. Er is heel weinig interactie. De kinderen moeten de zinnen die de leerkracht niet afmaakt, aanvullen. Ze zijn daar zó sterk getraind dat ze niet eens meer luisteren, want ze kunnen dromen wat er komen gaat. Sommige kinderen vielen tijdens de les in slaap. 
Alle lessen zijn bovendien afgestemd op de allerzwakste leerlingen. Als er bijvoorbeeld vijf sommen gemaakt moeten worden, wordt er gewacht tot de laatste klaar is. De snelste leerling zit vaak een half uur stil. Er gaat zodoende veel onderwijstijd verloren. Zó zonde (woorden van Martine).
Er is geen samenwerking tussen de leerlingen, behalve het praktische feit dat ze samen een boek moeten delen.
De kinderen moeten ook alles letterlijk overschrijven van het bord, want dan kan de directeur zien dat de leerstof behandeld is. En overal moet een ‘tick’ bij, een krul: afvinken. De leerkrachten deelt veel complimentjes uit. Er worden liedjes bij gezongen: well done, well done, this was good, this was marvelous! 
Over het algemeen zijn de leerkrachten lief voor hun leerlingen en geven ze les met véél passie. De nadruk van hun pedagogisch handelen ligt op respect.
Nu komt het moeilijkste onderdeel van de reis: hoe probeer je je duopartner duidelijk te maken dat het ook anders kan, dat het anders moet, zonder belerend over te komen? het belangrijkst is dat je een band opbouwt met je duopartner en positieve feedback geeft. Maar door je enthousiasme maak je algauw te grote stappen en zie je je duo in de volgende les weer terugvallen in het vertrouwde, veilige patroon. Het maken van kleine stapjes, voetje voor voetje, geeft het beste resultaat.
De dagen na de observatieochtend gingen Sietske en Martine samen met hun duopartners lesgeven en konden ze laten zien wat ze bedoelen met active learning. Ze hadden bijvoorbeeld zelf een eenvoudig memoryspel met tafeltjes gemaakt. De kinderen werden ineens actief en de leerkrachten werd daardoor enthousiast. Ze gingen zelf ook materiaal maken. Dat was een Yes!- moment. (woorden van Sietske en Martine). Je krijgt even het gevoel het verschil gemaakt te hebben.

klaslokaal

Ook hebben ze hun duo’s erop geattendeerd dat de kinderen best zelf een antwoord op het bord kunnen schrijven en ze elkaars werk kunnen nakijken en verbeteren. Dan hou je tijd over. Dat vonden de duo’s een goed idee, maar het duurde even voordat ze tot actie over durfden te gaan, want alles moet per slot van rekening gecontroleerd en afgevinkt worden.
Martine en Sietske probeerden gesprekjes met de kinderen aan te knopen, maar die verliepen moeizaam, omdat ze verlegen waren en het Engels niet goed beheersten. Maar met handen en voeten kom je een heel eind. Wel wilden ze je huid aanraken en zelfs tekeningen maken op je arm, als op een levend, blank schoolbord. 
De duoleerkrachten moeten over hun ervaringen verslag uitbrengen aan hun collega’s en Edukans komt in totaal drie jaar, veertien dagen per jaar, met weer andere werelddocenten naar de deelnemende scholen om voortgang van het active learning proces het waarborgen. De zusterorganisatie Pamoja houdt tussentijds de vinger aan de pols. 

Halen en brengen?
Wat het lesgeven betreft, hebben de twee werelddocenten van Tangent niet veel gehaald uit hun reis. Ze gingen vaak honderd jaar terug in de tijd. Maar… er werden hun toch wel een paar spiegels voorgehouden. Er wordt in het onderwijs in Kenia veel gedaan aan muziek, dans en bewegen. Dat verdwijnt langzaam in Nederland.
foto-met-tekstOok lossen kinderen in de pauze ruzietjes en andere probleempjes zelf op. Daar komt geen leerkracht aan te pas. Oudere kinderen helpen de kleuters. Wij maken ze steeds meer afhankelijk van volwassenen, terwijl we de pretentie hebben ze zelfstandig te maken.
Bovendien gaat het Nederlandse onderwijssysteem er vanuit dat elk kind uniek is, maar dat wordt vaak verward met perfectie. Zodra een kind maar enigszins uitvalt op een deel van de leerstof, wordt het er met alle toeters en bellen bij getrokken, want wij bepalen de lat. Als ze die net aangetikt hebben, wordt hij weer verhoogd. In Kenia mogen de leerlingen soms meer kind zijn. Dat neem niet weg dat het onderwijs in Kenia ook een spiegel voorgehouden kan worden. Daar hopen Sietske en Martine hun steentje aan bijgedragen te hebben.
Op het persoonlijk vlak hebben ze veel uit hun reis kunnen halen. Het is heel bijzonder om met 22 mensen samen te werken (Nederlanders en Finnen elkaar zo goed te leren kennen. Je stapt als individu in het vliegtuig en in Kenia ben je binnen de kortste keren onderdeel van een gezellige, gemotiveerde groep). Bovendien word je je steeds meer bewust van je eigen rol binnen het onderwijs.
Er waren ook confronterende momenten. Je maakt lange, intensieve dagen en dat ga je na verloop van tijd merken. Natuurlijk was er bij tijd en wijle ook wat teleurstelling over de te kleine stapjes die je, gedreven door je enthousiasme gedwongen bent te maken.
En wat komt er van de leerlingen terecht? Ze willen allemaal dokter, advocaat of piloot worden, maar het hoogst haalbare lijkt een fruitkraampje of een kraampje met rattengif op de markt. Slechts een klein deel stroomt door naar het voortgezet onderwijs.
Dus voor de toekomst van Kenia: veel halen en nog meer brengen!

[Peter Vervloed]