Eigen schoolschrijver voor De Lochtenbergh

EusRoversDe dag van het bezoek aan de schoolschrijver was een echte 'pers'-dag: meerdere verslaggevers wilden een verhaal schrijven over dit onderwerp. Twee artikelen (Brabants Dagblad en Stadsblad) zijn onder dit artikel ingevoegd. De tekst is via een link vanuit een Word-bestand te lezen.

Eus Roovers heet-ie. Kijk op zijn website en je komt op humoristische wijze veel, zo niet alles, over Eus Roovers te weten. De Lochtenbergh heeft een schrijver in huis gehaald die met woorden jongleert als een circusartiest, maar bovendien zijn publiek weet te boeien en heel goed weet waarover hij het moet hebben tegen de kinderen in de klas, maar ook tegen de verslaggever van deze nieuwsbrief die nog voor de start van zijn lesdag vragen op hem af vuurt.

EERST WAT ACHTERGRONDINFORMATIE
Ieder kind heeft recht op een rijke woordenschat. Een goede woordenschat helpt om jezelf en de wereld om je heen te begrijpen, jezelf te ontplooien en is een voorwaarde voor actief participerend burgerschap. Niet ieder kind heeft het geluk makkelijk toegang te krijgen tot de rijkdom van taal en boeken. Op deze kinderen richt De Schoolschrijver zich. 
Geïnspireerd op het idee dat je een dorp nodig hebt om een kind op te voeden, draait het bij De Schoolschrijver om actieve deelname van de leerling en zijn omgeving. Ouders en leerkrachten zijn dan ook nauw betrokken bij De Schoolschrijver. Met hun actieve betrokkenheid zorgen we samen voor een optimaal resultaat. 
Een schrijver in het hart van het primair onderwijs. Dit is gewaagd omdat scholen niet altijd werken vanuit een dergelijke samenwerking. School en cultuur worden vaak apart gehouden. De Schoolschrijver laat zien dat ze bij elkaar horen en elkaar versterken, ieder vanuit de eigen kracht. 
Het voordeel van een langlopend en intensief traject is dat de Schoolschrijver spilfiguur en zelfs rolmodel wordt op school. Kinderen raken door de vanzelfsprekende aanwezigheid van de Schoolschrijver meer vertrouwd met lezen en boeken, ze stellen zich open op en durven makkelijk mee te denken en te fantaseren met de Schoolschrijver. 

Hoe word je schoolschrijver?
De Amsterdamse Stichting De Schoolschrijver heeft contact met me opgenomen via de Brabantse Stichting Plezier in lezen (SPIL). In Amsterdam en in het noorden waren al schoolschrijvers actief en nu werd het tijd ook Brabantse scholen er kennis mee te laten maken. Ik was meteen enthousiast.
Samen met andere aspirant-schoolschrijvers heb ik een keer een trainingsdag gehad, waarin de opzet uitgelegd werd. Ook kreeg ik toen tips en trucs aangereikt. Na de carnavalsvakantie ben ik hier op De Lochtenbergh begonnen.

SPiL staat voor Stichting Plezier in lezen en is in 2011 opgericht. Het bestuur bestaat uit vrijwilligers die hun schouders zetten onder activiteiten die (het plezier in) lezen bevorderen.
2011 was een opstartjaar. Vanwege het succes is ervoor gekozen om ook de jaren daarna (2012 t/m 2015) het kinderboekenfestival Knetters te organiseren, maar er zijn inmiddels ook andere plannen gerealiseerd om lezen te stimuleren op een leuke en aantrekkelijke manier. Zo zijn er verschillende film/boekvoorstellingen georganiseerd.
Begin 2016 is De Schoolschrijver gestart in Brabant, een landelijk traject dat in Brabant georganiseerd wordt door SPiL.

Hoe zit jouw programma in elkaar?
Ik heb nu drie klassen: groep 5a, 6b en 7a. Aan elke klas geef ik tien uur les, een uur per week. Daarnaast heb ik nog vijftien uren die ik vrij kan besteden. Ik zou jurylid kunnen zijn van een voorleeswedstrijd of vragen kunnen gaan beantwoorden aan andere klassen. Maar ik heb in overleg met de directeur Justin Vliegenthart deze uren anders ingevuld. Ik kom in de drie parallelklassen vijf uur per klas les geven. Dan kunnen zij ook een stukje van de schrijverskoek proeven. Met deze invulling is iedereen blij: leerlingen, ouders, directeur, leerkrachten en schrijver Eus.
Ik heb ook nog een studiemiddag met het team gedaan. Daarin heb ik de opzet van de schoolschrijver uitgelegd en natuurlijk zijn de juffen en meesters zelf gaan schrijven.
Een bijzondere activiteit was de oudersalon. Die werd bezocht door een kleine dertig ouders. Ze wilden vooral weten wie toch die schrijver Eus Roovers was.
In totaal ben ik ongeveer 130 uur werkzaam op deze school. Dat is inclusief mijn voorbereidingstijd. Ik ben elke week op woensdag aan het les geven. Straks, na de meivakantie komt er nog een klein vervolg: een talentenklas. Uit die drie groepen van woensdag ga ik in overleg met de leerkracht per groep drie à vier kinderen selecteren. Die mogen nog extra drie keer twee uur met mij schrijven. Dan gaan we wat dieper op de materie in. Er zit een ochtendje bij dat we de bibliotheek bezoeken.
Er is nóg een onderdeeltje: mailen met de schoolschrijver. We gaan samen een verhaal tikken. Om beurten een regel. Wie schrijft die blijft, dat zie je maar weer.

Wat gebeurt er met dit project als jouw tijd hier op school er op zit?
De directeur wil op zijn school vier jaar lang een schoolschrijver, deze schoolschrijver, actief zien. Continuïteit is belangrijk voor de taalontwikkeling van de kinderen. En dat niet alleen: zodoende bouw ik een band op met kinderen en leerkrachten. Ze zien me als een welkome gast in de klas. Daardoor blijft de rolverdeling duidelijk: ik ben de schrijver, de leerkracht is te allen tijde de leerkracht.

DE DIRECTEUR VAN DE LOCHTENBERGH, JUSTIN VLIEGENTHART, SCHUIFT EVEN AAN…
Via twitter kwam ik het fenomeen De Schoolschrijver tegen. En ik was meteen enthousiast. We hebben een schrijver getroffen die hart voor het onderwijs heeft en heel flexibel is. Dat is heel belangrijk voor deze school: zeventien nationaliteiten in een top vijf probleemwijk van Nederland. Ga er maar eens aan staan. Je moet snel kunnen schakelen. En dat kan hij als geen ander.
De schoolschrijver wordt voor een groot deel gesubsidieerd, maar je moet ook een eigen bijdrage leveren. Dat doen we via de postcodegelden. Omdat je in een postcodegebied zit die de gemeente heeft aangemerkt als impulswijk, krijg je extra subsidiegelden. Die gaan via dit project rechtstreeks naar de kinderen. Het liefst zou ik de schoolschrijver structureel vast willen leggen in het schoolplan. Maar dat kan niet en dat maakt het heel vervelend om het te kunnen borgen.
Ik wil hier echt vier jaar mee aan de slag, omdat je op deze wijze iets op kunt bouwen met de kinderen. Eus heeft zo’n specifieke kwaliteit als schrijver. Wij als leerkrachten kunnen plezier in taal niet zo brengen als hij dat doet. Hij is een graag geziene gast, en dat zouden we graag zo willen houden. We moeten dus een manier vinden om hem aan onze school te binden.

Terug naar Eus Roovers...
 
Hoe is elke les opgebouwd?
Ik heb veel laatjes met schrijfopdrachten die ik open kan trekken, maar ook de leerlingen hebben hun eigen inbreng. Ze willen bijvoorbeeld heel graag voorlezen. Als we daar de vorige les niet aan toe gekomen zijn, beginnen ze: we hebben nog verhalen liggen. Zo graag willen ze zich presenteren. Dan worden de verhalen besproken en samen sterker gemaakt.
Elke les heeft min of meer hetzelfde basispatroon: tien minuten instructie, twintig minuten schrijven, daarna voorlezen en bespreken. Als afsluiting kunnen de leerlingen een tekening maken als de tijd het toelaat.
Iedere week krijgen de kinderen een andere schrijfopdracht. De laatste keer was wel heel leuk: Ik had een spannend verhaal voorgelezen. Daar moesten ze een saai verhaal van maken. Zo saai mogelijk, dodelijk saai. Ik moet ervan in slaap vallen, hield ik hun voor. Een soort omdenken, dus. Daar kun je de vragen aan verbinden: wat maakt een verhaal saai? Waarom is een verhaal spannend of boeiend? Welke elementen zijn daar voor nodig?

Jij schrijft, jij bent constant met taal bezig. Maar nu ben je elke week aan het les geven. Schiet niet af en toe door je heen: ik ben een leerkracht aan het worden? Dat je in conflict komt met je schrijfambities?
Daar heb ik over nagedacht, maar ik ben tot de conclusie gekomen, dat ik in de rol blijf die ik voor mezelf comfortabel vind. Ik kan me veel veroorloven, omdat ik de schrijver én de gast ben. Het zou voor mij moeilijk worden, als tegen mij gezegd wordt: hier is een methode, een boek en een werkboekje, en die moet je volgen.
Dan word ik een soort invaller.
Mijn schrijfvrijheid koester ik in het lesgeven op woensdag en donderdag. Mijn optredens en opdrachten zijn ‘grappige’ aanvullingen op de lessen. Niet minder, gelukkig vaak veel meer.
Deze school past bij mij. Ik ben sfeergevoelig. Ik kwam hier binnen en het voelde goed: leuke omgeving, goede leerkrachten, hecht team… schrijven is een eenzaam beroep. Je hebt geen directe collega’s. Hier heb ik ze wel, in de teamkamer. Voor je het weet sta je met een mok warme koffie in je hand honderduit over je kinderen te praten.
Bovendien zie je hoe mensen op een school functioneren. Ik ben er achter gekomen dat voor de klas staan meer aspecten heeft dan je in eerste instantie denkt.

klaslokaal ER-700

Wat ga je vandaag met de klas doen?
Als ik niet vooruit kom met een verhaal, ga ik bewegen in de buitenlucht. Even iets anders doen. Straks mogen de kinderen aan het begin van mijn les een kwartiertje buiten spelen. De juf weet niets van deze gestolen pauze. Maar dat is de vrijheid die ik heb. Ik noem ik het geen extra pauze. Nee, we gaan het creatief schrijfproces op gang brengen. Zo!
De kinderen mogen gaan voetballen of iets anders gaan doen. Daarna moeten ze er een verslag over maken. Gewoon opschrijven wat ze in dat kwartier gedaan hebben. Ik behandel dan de termen fictie – non-fictie. Dat koppel in weer aan het feit dat er vandaag maar liefst drie verslaggevers op bezoek komen. Die persdag komt dus goed uit.

Blijf je de komende jaren schoolschrijver?
Ik schrijf over het algemeen voor een opdrachtgever. Ik heb opdrachten lopen van Bavaria, de Rabobank, een woningcoöperatie. Met de zakelijke teksten die ik voor deze bedrijven schrijf, verdien ik mijn boterham. Maar iedere dag schrijf ik voor mezelf een kort verhaal. Dat doet een groter beroep op mijn fantasie en artistieke vaardigheden. Het zou mooi zijn als ook daarvoor wat meer belangstelling komt.
Mijn werk als schoolschrijver geeft én een financiële vergoeding én creatieve voldoening. Daarmee voel ik me bijzonder op mijn plaats.


Nawoord van Peter Vervloed
In de klas reageerden de kinderen enthousiast op de gestolen pauze, maar ook op de les die de schoolschrijver daar omheen bouwde. Hoe? Dat staat uitgebreid beschreven in het Brabants Dagblad van 30 april en het Stadsnieuws van 4 mei jl.
Daar heb ik niets aan toe te voegen. Nou ja, één dingetje: aan Eus Roovers is een geweldige onderwijzer verloren gegaan, maar daar heeft De Lochtenbergh alleen maar mee gewonnen. 

[Peter Vervloed]

 

Publicaties in Brabants Dagblad en Stadsnieuws. De geconverteerde teksten zijn hier in te zien.

EusRoovers Stadsnws 1

EusRoovers Stadsnws 2