Blijf zitten waar je zit… en verroer je niet?

 

RdH-FS-GM

 

STELLING 1: Hoe langer je in dienst bent van een organisatie of bedrijf, des te meer ervaring bouw je op. Vaak wisselen van baan of positie werkt improductief, zowel voor jezelf als voor de organisatie of bedrijf.
Frank: Dat matcht niet met mijn cv. Ik ben iemand die om de zes/zeven jaar iets anders wil. Die achtenhalf jaar bij De Kring spannen wel de kroon. Ik heb vaker óf binnen het bedrijf van functie gewisseld, of ben van organisatie veranderd.
Raymond: Mobiliteit werkt zeker niet improductief. Je bouwt meer ervaring op en dat gebruik je weer op je nieuwe werkplek. Je krijgt een andere werkomgeving, ontmoet onbekende mensen. Dat is juist productief voor jezelf en voor de organisatie.
Guus: Je kunt voor jezelf dingen anders doen. Als je lang in een organisatie zit, word je ook gezien in een bepaalde rol en hebben mensen vaste beelden bij je. Dat is moeilijk om te buigen. Als je op een nieuwe plek komt, kun je makkelijker dingen anders doen, de boel een beetje opschudden. Maar het moet niet zo zijn dat elke vijf jaar, als er een andere directeur komt, de hele organisatie op de schop gaat. Dat is pas improductief. Je moet versterken wat goed loopt en aanpakken wat veranderd moet worden.

VRAAG: hebben jullie een punt waarop je zegt: ‘Nu wordt het tijd dat ik vertrek!’?
Frank: Als ik kan voorspellen wat er nu alweer gaat gebeuren, dan denk ik: nou nee, nou moet ik iets anders. De uitdaging die daarin zit, geeft mij energie.
Raymond: Daar sluit ik me bij aan. Als je op eigen vaste routines een organisatie gaat leiden, is het heel knap om daar nog vernieuwend in te zijn. Een schoolorganisatie moet altijd vernieuwend zijn en soms lukt dat beter met een ander aan het roer dan jij. Dan kun jij weer naar een andere organisatie om daar het vernieuwende element in het brengen. 
Guus: Wat denken jullie van deze parafrase van stelling 1? Hoe langer je in groep 1-2 staat, des te meer ervaring bouw je op. Vaak wisselen van groep werkt improductief. Maar iedereen heeft het schrikbeeld voor ogen van een leerkracht die dertig jaar alleen maar die eigen groep draait en van de rest van organisatie en onderwijsveld niets ziet. 
Raymond: Als frisse directeur kun je daar doorheen prikken. Dan kun je zeggen: we gaan het eens even anders doen.

VRAAG: Jullie hebben nooit de negatieve ervaring gehad van: nu red ik het niet meer. Nu moet ik weg? 
Frank: Ik wel. Ik heb wel eens de keuze gemaakt voor een baan in een bedrijf waar ik beelden bij had, maar het bleek in de praktijk niet te matchen. Toen heb ik ook gereageerd met: hoe dan ook, ik ga weg.
Raymond: In november ben ik twee maanden naar het MBO geweest. Dat was een heel andere schoolorganisatie en dus niet de mijne. Dan moet je jezelf niet voor de gek houden, maar die organisatie ook niet. Want die wordt er ook niet beter van als daar iemand zit die er niets mee heeft, omdat het niet is wat hij verwacht had. Dan moet je gewoon gaan. Ik ben weer bij Tangent terug gekomen.

VRAAG: Heeft de mate waarop je mobiel bent te maken met je leeftijd?
Raymond: Dat heeft met jezelf te maken. Er zullen best directeuren zijn die niets te maken willen hebben met mobiliteit. 
Frank: Ik heb tien, twaalf verschillende functies gehad in vijf verschillende organisaties.
Guus: Dan maak jij het spannender dan ik, want ik blijf met mijn mobiliteit veilig binnen Tangent. 
Raymond: Wij staan open voor mobiliteit. Als je als directeur die beweeglijkheid niet hebt, maak je het niet kenbaar bij het college van bestuur bij een voortgangsgesprek, reageer je niet op interne vacatures.

VRAAG: Jullie hebben alle drie stevige projecten onder handen gehad. Nieuwbouw, bijvoorbeeld. Klaar en prachtig… en dan ga je weg! Hoe dat zo? 
Frank: Het realiseren van een gebouw dat bij de onderwijsvisie van je team past , daar zat voor mij de lol in. En dan mag een ander het verder uitbouwen. Prima.
Guus: Ik heb bij Achthoeven, Stelaertshoeve en Prinsenbos een nieuwe school gebouwd. 
Raymond: Guus heeft dus van heel veel dingen verstand. 
Het is ook een vorm van uitdaging zoeken. Dat kan zitten in mobiliteit, maar ook in een nieuwbouwproces, of het opstarten van een school. En daarom heb ik zoiets van: Oké, het is voorbij. We kijken weer vooruit. Ik ben maar met één vrouw getrouwd, zeg ik altijd maar. Al het andere is mobiel.
Guus: Mij verbaast weleens het gemak waarop je meteen weer een nieuwe school omarmt. Je geeft vrij snel weer de leiding aan het leukste team binnen Tangent en omstreken. Zo schijnt dat voor mij te werken.
Frank: Het nadeel is dat er aan mobiliteit in het onderwijs vaak een negatief randje zit. Van: er zal wel wat aan de hand zijn, want hij of zij maakt niet voor niets gebruik van de mogelijkheid tot mobiliteit. Maar ook gedwongen mobiliteit kan heel verrijkend werken. Ik heb mensen meegemaakt die achteraf zeiden: ‘Dit had ik veel eerder moeten doen.’
Guus: Inderdaad. Ervaar vanuit een dorpsschool eens hoe het er in een stad aan toegaat, of andersom. Of kom er achter hoe wisselend de samenstelling van schoolpopulaties kunnen zijn. 
Frank: In mijn eerste werkweek op Stelaertshoeve moest ik twee ruziënde moeders uit elkaar halen. Die ervaring had ik op De Kring nooit gehad.
Raymond: Je kunt hetzelfde kunstje niet overal doen. Als je dat denkt, is mobiliteit een valkuil. 
Guus: Je kunt niet kopiëren en plakken.

STELLING 2: Financiële aspecten spelen de belangrijkste rol bij het overwegen gebruik te maken van mobiliteit.
Raymond: Dan heb je het zeker niet over het onderwijs.
Frank: Over het algemeen speelt geld geen rol. Dan moet je echt naar een andere organisatie overstappen. Salarisonderhandelingen behoren niet tot de mogelijkheden binnen het onderwijs..
Guus: Alleen als je naar een grotere school overstapt, speelt dat aspect een kleine rol.

VRAAG: Zouden financiële prikkels een rol moeten spelen?
Guus: Je mag mensen best kietelen.
Raymond: Ik vind het jammer dat dit aspect onderbelicht blijft, want het is ook een vorm van waardering. Waarom zou dat binnen het onderwijs niet kunnen? Je hebt een bepaalde verzakelijking binnen het onderwijs, maar het financiële aspect blijft onderbelicht, al jaren. 
Guus: En dat geldt niet alleen voor directeuren, maar zeker ook voor leerkrachten. 
Raymond: Als je het dan toch over een beloningsbeleid hebt. Daar waren we als Tangent eerst heel voortvarend in, maar vervolgens zie je er niets meer van terug. Dat is dus jammer. Je krijgt kansen, omarm ze dan.

STELLING 3: Werknemers die gebruik maken van mobiliteit worden gedreven door ambitie. Zij willen in zichzelf investeren om zich ervan te verzekeren dat ze het carrièrepad kunnen volgen dat zij voor ogen hebben.
Frank: Dat geldt zeker voor mij. Je zit namelijk zelf aan het stuur. Geef dus niet een ander de schuld als je je ergens niet meer op je plaats voelt maar neem zelf initiatieven en zoek mogelijkheden.
Raymond: Ik kan zelf flink balen als een goede leerkracht gebruik maakt van mobiliteit, maar ik kan hem of haar alleen maar gelijk geven. Dan zeg ik: ‘Ja natuurlijk, dat is echt jouw ding. Hoeveel duwtjes heb je nodig?’
Guus: Het werk op school gaat toch gewoon door, wees daar maar van overtuigd.

STELLING 4: In deze tijd met een beweeglijke, veranderende arbeidsmarkt is het niet meer mogelijk en ook niet wenselijk een gouden horloge met de inscriptie ‘Veertig dienstjaren’ te verdienen.
Guus: Zo’n gouden horloge vind ik nog steeds een mooi streven. Maar veertig jaar Tangent haal ik helaas niet meer.
Frank: Ik ben ooit ergens op een receptie uitgenodigd bij iemand die 35 jaar adjunct geweest was. Dan denk ik met het drankje in mijn hand: mens, wat heb jij jezelf tekort gedaan. Maar dat is geheel vanuit mijn eigen perspectief gereageerd. Maar ik blijf erbij dat het niet goed voor de organisatie is.
Guus: Mensen moeten wel beloond worden voor hun werkzaamheden, maar dat hoeft niet gekoppeld te worden aan de tijd dat je in een organisatie actief bent.
Raymond: Als je in ontwikkeling blijft, je nek uitsteekt, kun je best veertig dienstjaren volmaken. Maar zo gauw je op routine gaat draaien… en dat horloge, ach, ik heb al een flink klokje met alles er op en er aan.
Guus: En als je zo’n klokje pas na veertig jaar krijgt, nou nou.
Frank: Ik vind dat heel lang de cultuur geweest is (af en toe denk ik dat het nog zo is) van: ik heb mijn diploma, nu ben ik er!
Guus: Bedoel jij te zeggen dat je mensen moet verplichten cursussen te volgen?
Frank: Wij moeten mensen die een ontwikkeling hebben doorgemaakt een platform geven, in de schijnwerpers zetten. Als je ziet dat iemand talent heeft, moet hij de ruimte krijgen.

VRAAG: Is er binnen het onderwijs genoeg ruimte voor? 
Frank: Die ruimte kun je nemen, maar de angst om die te nemen is er ook.
Raymond: Waarom? Omdat je bepaalde prioriteiten hebt: naast al je totale inzet voor formatie, ondersteuning, kan er dan nog ontwikkelruimte zijn? Dat knijpt altijd ergens. Dat speelt in elke andere organisatie ook, hoor.
Frank: ik vind het tóch een cultuurding in het onderwijs.

STELLING 5: Een werkgever moet een actief beleid voeren om mobiliteit van personeel te bevorderen.
Raymond: Ja hoor. Ik zou tegen het College van Bestuur willen zeggen: verplicht nu elke directeur om elke drie/vier jaar te switchen van school. Dat is actief beleid voeren.
Frank: We kunnen moeilijk roepen dat we mobiliteit belangrijk vinden, terwijl bijna iedere directeur op zijn stoel blijft zitten.
Guus: Ik denk dat men binnen het College van Bestuur steeds bij dezelfde personen terechtkomt. Als er een directeurswisseling moet plaatsvinden.
Raymond: Dat is dus geen beleid.
Guus: Bij een volgend artikel over mobiliteit moet je eens leerkrachten interviewen. Succesverhalen van mensen die naar Prinsenbos of KindRijk gegaan zijn, bijvoorbeeld, en van de ene op de andere dag in een andere wereld terechtgekomen zijn. Zulke mensen kunnen anderen ook anderen laten zien: verrek, ik kom van een gewone dorpsschool en ik vind het hier op de asielzoekersschool fantastisch.

TOEGIFT
Voorlopig blijven Guus, Raymond en Frank directeur op de school die in de inleiding van dit stuk genoemd is. Maar hun ambitie en enthousiasme reiken verder.
Nog een vraag: zijn er leerkrachten die geïnterviewd willen worden over mobiliteit? Stuur dan een mail naar de Tango-redactie.

[Peter Vervloed]