Wettelijke verankering Lerarenregister

Het wetsvoorstel stelt de invoering van een verplicht lerarenregister voor, waarin iedere bevoegde leraar zich moet registreren. Leraren die hun inschrijving in het register – en dus lesbevoegdheid – willen behouden, moeten elke vier jaar hun bekwaamheidsonderhoud aantonen door het vastleggen van bij- en nascholing. Tegelijkertijd regelt het wetsvoorstel het recht van leraren op professionele ontwikkeling. Leraren die niet voldoen aan de eisen voor bekwaamheidsonderhoud, krijgen een aantekening bij hun vermelding in het register. Als leraren op basis daarvan niet alsnog bijscholen, mogen ze ‘op termijn’ niet meer voor de klas staan ‘totdat hun vaardigheden weer op orde zijn’.  

Kritiek
De Raad van State heeft fundamentele kritiek op de plannen van staatssecretaris van Onderwijs, Sander Dekker. De Raad is het niet eens met het wetsvoorstel en vindt dat het register te vroeg wordt ingevoerd. Het lerarenregister kan alleen functioneren als sluitstuk van een meeromvattend proces gericht op kwaliteitsverbetering, zo is de mening. Ze stelt dat er aandacht nodig is voor de randvoorwaarden om de gewenste veranderingen in gang te zetten, zoals de ontwikkeling van een zelfbewuste beroepsgroep, de beschikbaarheid van kwalitatief en kwantitatief adequaat nascholingsaanbod en het bezit van voldoende tijd en middelen. De Raad van State noemt de invoering van het wetsvoorstel onder de huidige daarom omstandigheden ‘prematuur’ en heeft het kabinet geadviseerd om het wetsvoorstel te heroverwegen.

De PO-Raad sluit zich aan bij de kritiek van de Raad van State. De sectororganisatie voor het primair onderwijs heeft de professionalisering van leraren hoog in het vaandel staan en meent dat het lerarenregister als sluitstuk hiervan kan bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van leraren en daarmee aan de kwaliteit van het onderwijs. In de uitwerking van het huidige wetsvoorstel is hier echter nog onvoldoende sprake van.
Het baart de PO-Raad zorgen dat de consequenties bij niet (her)registratie voor het lerarenregister nu eenzijdig bij schoolbesturen worden neergelegd. Dit kan leiden tot hoge kosten: leraren die niet meer volwaardig voor de klas kunnen, zijn niet zo maar elders inzetbaar. Ook ontslag jaagt de werkgever en de sector op kosten. Dit terwijl de verantwoordelijkheid van de (her)registratie bij de leraren zelf ligt.
Daarnaast mist de PO-Raad in het wetsvoorstel de koppeling met het school- en werkgeversperspectief en een heldere rolverdeling tussen het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OCW), de Onderwijscoöperatie en de PO-Raad. Zij is van mening dat schoolbesturen meer mee zouden moeten kunnen praten over de registratie-eisen die gesteld worden, zodat het lerarenregister niet helemaal los komt te staan van de professionalisering van leraren die in de scholen nodig zijn.
De Tweede Kamer bespreekt het wetsvoorstel naar verwachting deze zomer.

Interesse in het wetsvoorstel? Het is hier te downloaden.