De mooie, laatste klus van Gert Kooman

De start in de onderwijs
Toen ik in 79/80 klaar was met mijn studie aan de Pabo ben ik heel andere dingen gaan doen. Ik heb ik de drugshulpverlening gezeten, ben ambtenaar beleidszaken sport en recreatie geweest. Ook heb ik veel gereisd.
Op een gegeven moment dacht ik: ik ga weer terug het onderwijs in. Dat is toch wel het mooiste. Dus heb ik een half jaartje invalwerk gedaan in Rotterdam, waar ik op dat moment woonde. Het werk was zwaar, maar wat heb ik daar veel geleerd en een plezier gehad! 
Een gemeente-inspecteur van onderwijs (die had je toen nog) kwam naar me toe en vroeg: "Heb jij zin in een vaste job? Ik heb iets voor je op een jenaplanschool in Rotterdam-Blijdorp."
Ooit had ik een dagje oriëntatiestage gedaan op een jenaplanschool. Ik wist nog dat het reilen en zeilen daar grote indruk op me gemaakt had. Ik zag daar namelijk kinderen en een leerkracht in een kring met elkaar práten. Dat was redelijk uitzonderlijk, want kringgesprekken waren in die tijd nog niet gangbaar op een basisschool. 
Daarna gingen ze over naar het blokuur en de kinderen pakten allerlei laatjes en gingen gericht aan het werk. Ik heb me toen afgevraagd: hoe krijgen ze die organisatie voor elkaar?

De start in het jenaplan-onderwijs
Ik heb het aanbod van die inspecteur geaccepteerd en ben op een jenaplanschool gaan werken. Het was een grote school: 550 leerlingen met een internationale afdeling. Het was een heftige, maar een geweldige tijd. Ik werkte in de bovenbouw. We konden naar hartenlust experimenteren. Om dat te illustreren: we waren met het hele team voor het jenaplan-diploma gegaan, maar hebben het ook bijna allemaal bewust niet afgemaakt. We dachten verder te zijn dan het cursusaanbod.
Maar ik ben nooit meer weggegaan uit het jenaplan-onderwijs.
Na een aantal jaren heb ik gesolliciteerd als leerkracht op een jenaplanschool in Dordrecht. Dat had een pragmatische reden: ik woonde in Zwijndrecht. Om op school te komen, moest ik twee rijkswegen oversteken: de A16 en de A20. Ik deed soms anderhalf uur over 24 kilometer. Daar had ik na verloop van tijd helemaal genoeg van.

GertKooman foto

Directeur in het jenaplan-onderwijs
Inmiddels had ik zoveel in mijn mars dat ik de stap aandurfde directeur te worden op een jenaplanschool in Leerdam. Ik was 51 en vond mezelf onderhand klaar voor die leidinggevende functie. In Leerdam ben ik acht jaar directeur geweest en heb daar veel bereikt. Ik heb de onderwijskwaliteit en zorg nieuw leven in geblazen, de principes van de meervoudige intelligentie geïntroduceerd, heb ontdekkend leren gestart en het taalonderwijs nieuw leven ingeblazen. We zijn aan de slag gegaan met de jenaplan-essenties. 

Binnen het jenaplanonderwijs zijn tien essenties ontwikkeld. Dat zijn ondernemen, plannen, samenwerken, creëren, presenteren, reflecteren, verantwoorden, zorgen voor, communiceren, respecteren.  Elke essentie doet een beroep op initiatief en zelfwerkzaamheid van de kinderen. Zij werken door in de vier basisactiviteiten: gesprek, spel, werken, vieren. Voorbeelden:

• nieuwe dingen en oplossingen bedenken
• initiatief nemen, zaken aan de orde stellen, met voorstellen komen
• uitproberen, origineel kiezen
• kwaliteiten effectief inzetten
• doelbewust handelen
• ambities tonen, er in geloven, doorzetten
• doelbewust handelen
• informatiebronnen aanboren

Ik ben op latere leeftijd de schoolleideracademie gaan doen. Die ben ik nu aan het afronden. Tijdens deze studie heb ik veel onderzoek gedaan naar ontwikkelingen binnen jenaplan en de 21-century-skills / onderwijsplatform 2032. Dat heeft me gesterkt in mijn overtuiging dat ook kinderen die bijvoorbeeld qua leren niet zo goed zijn, maar bijvoorbeeld communicatief sterk zijn, in de toekomst hun mannetje kunnen staan. Dat zag Petersen in 1920 al. Hij was zijn tijd ver vooruit. Jenaplan is en blijft een moderne vorm van onderwijs.
Na acht jaar ben ik uit Leerdam weggegaan. Ik ben bijna zestig en dus op een leeftijd waarop je nog een keer kunt wisselen van job. Er speelden in Leerdam ook nog wat reorganisatie-problemen. Ik kreeg twee jenaplanscholen toegewezen, in twee gemeentes met twee samenwerkingsverbanden. Dus werd ik meer manager dan schoolleider en kwam steeds verder van het onderwijsveld af te staan. De onderwijsman in mij begon te protesteren.

De Kring heeft een nieuwe directeur
Ik forens nu weer van mijn woonplaats Groot-Ammers, in de buurt van Schoonhoven, naar Tilburg. Maar nu rij ik tegen de files in. Dat scheelt.
De overgang naar De Kring verliep prima, dankzij de hulp van Frank Storm. Ook heb ik de eerste studiedag van het team bijgewoond. Je proeft natuurlijk dezelfde jenaplan-sfeer. De kleur is misschien een beetje anders, maar de grote lijnen zijn hetzelfde. Het was een warme overgang. Na drie weken heb ik voor alle ouders een voordracht gehouden over het jenaplanonderwijs. Dat was een mooie kennismaking.
Dit moet ik ook nog kwijt: ik kom in een schitterend schoolgebouw terecht.

galerijschool wadi

Er blijft natuurlijk wat te wensen over. Ik zie op De Kring niet echt de stamgroepvorming die ik wil zien. Daar zijn veel collega’s het mee eens. We gaan dus het jenaplan-onderwijs nieuw leven inblazen. Alle collega’s gaan de opleiding voor het jenaplandiploma volgen… en afmaken.
We gaan de instructie onder de loep nemen en nog meer groepdoorbrekend werken. Dit jaar besteden we daar tijdens vijf studiedagen aandacht aan, volgend jaar ook. Dan zie ik voor me dat de tussendeuren van de lokalen open zwaaien zodat je in een oogopslag moet kunnen zien: daar is het hoekenwerk, daar wordt instructie gegeven, daar zijn kinderen individueel aan het werk.
Ik ga de groepen in om de leerkrachten met raad en daad bij te staan. Daarvoor heb ik een jenaplankijkwijzer met betrekking tot de jenaplan-essenties ontwikkeld.
Doel? We maken van De Kring de allermooiste jenaplanschool van Brabant. Dat is mijn laatste klus voor mijn pensionering.
Waarvan akte.

<Peter Vervloed>