Sacha Rozemond over mobiliteit

Voor de laatste Tangent nieuwsbrief van het afgelopen schooljaar (juni 2016) heb ik drie directeuren geïnterviewd over mobiliteit. Zij reageerden toen op vijf stellingen die zij onder ogen kregen. In hun reacties schilderden zij het schrikbeeld van een leerkracht die dertig jaar lang de eigen groep draait en zich amper bewust is van de rest van organisatie en het onderwijsveld.
Aan het eind van het interview deed ik een oproep aan leerkrachten om te reageren. Wie voelde zich geroepen om te reageren?
Sacha Rozemond, leerkracht van groep 0-1 op Jenaplanschool De Kring in Rijen, meldde zich snel en spontaan. Zij viert bijna haar zilveren jubileum in de kleuterbouw en heeft vele directeuren en leerkrachten verwelkomd en uitgezwaaid. Maar zij hoeft niet uitgezwaaid te worden! Zij mobiliseert zelfs niet binnen haar eigen school. Sacha Rozemond wil daar wel het een en ander over kwijt...
Ook haar heb ik de vijf stellingen voorgelegd. Ik strooi er enkele vragen tussendoor. Maar eerst: wie is Sacha Rozemond?
 

SachaRozemond

Ik ben 45 jaar oud, woon in Bavel, heb een echtgenoot: Martin en een kind: Fee. Zij is acht jaar lang vanuit Bavel met me meegereden naar De Kring, want die school vond ik het best bij haar passen. Nu zit ze alweer op de middelbare school, eindexamen MAVO.
Ik heb de Pabo gedaan in Breda. In het laatste jaar kregen we een module sollicitatiebrief schrijven. De toenmalige directeur van De Kring had daarvoor een boeiend verhaal verteld over jenaplan.
Ik zag een vacature voor deze school en ik heb snel daarop gereageerd met mijn oefensollicitatiebrief. Ik kon meteen beginnen in de kleuterbouw. Eerst als vervanging voor zwangerschapsverlof, met wat invalwerk erbij in andere bouwen, binnen enkele jaren als vaste leerkracht in de onderbouw.


Stelling 1:
  Hoe langer je in dienst bent van een organisatie of bedrijf, des te meer ervaring bouw je op. Vaak wisselen van baan of positie werkt improductief, zowel voor jezelf als voor de organisatie of bedrijf.

Ten eerste wil ik duidelijk maken dat ik niet tegen mobiliseren ben, want er zijn natuurlijk ook mensen die een persoonlijke behoefte voelen in een andere omgeving actief te zijn. Dan is het fijn als een organisatie de mogelijkheid biedt om te mobiliseren. Voor mij geldt dat niet zo. Ik kijk niet zozeer naar mijn eigen behoefte, maar meer naar wat de kinderen en ouders van de school waar ik werk nodig hebben. Kinderen leren het best als ze zich veilig voelen en de regels en routines binnen de klas kennen. Je kunt de transitie maken naar de leerkracht. Als een leerkracht zich veilig voelt, de routines kent, sterk betrokken is bij de school en een herkenbare kracht binnen de school is, dan krijgt hij ruimte om te verdiepen en te verbreden. 
In de bijna 25 jaar dat ik hier werk, heb ik me kunnen verdiepen en verbreden binnen allerlei taken. En daar ben ik nog lang niet mee klaar.

 
Welke taken heb je binnen de school?
 
Een paar jaar geleden ben ik gedragsspecialist geworden. Dat betekent onder andere dat ik op dit moment faalangst-reductietrainingen geef aan kinderen van de tussen de zeven en twaalf jaar oud , bij wie de leerkrachten hebben gesignaleerd dat ze tekenen van faalangst vertonen. De Ib’er schakelt mij in. Volgende week woensdag begin ik met een groepje kinderen aan de eerste van tien lessen. Ik hoef dan geen les te geven aan mijn kleuters, want ze zijn vrij. Ik kom ook observeren in groepen die lastig lopen, of ik kan kinderen met gedragsproblemen observeren. Samen met de leerkracht maken we een plan!
Ook ben ik vertrouwenspersoon van de school. Ik heet tegenwoordig sociale veiligheidscoördinator. Dat vind ik een hele mooie rol. Ik ga alle klassen langs en praat met de kinderen over hun welzijn in de stamgroep. Ze weten al: daar heb je Sacha. Zij is van het antipestbeleid. Alle kinderen, van groep 1 t/m. 8 kennen mij. En ik ken de kinderen.
Sinds kort hanteren we hier op school de Kwink-methode. Dat is een online methode voor sociaal-emotioneel leren (SEL) voor groep 1 t/m. 8. Die is gericht op preventie van bijvoorbeeld pesten op school en de kracht van een veilige groep. Ook breiden de kinderen tijdens de lessen hun emotionele woordenschat uit. Alle klassen hebben iedere week een les met een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld: kun je vertellen hoe je je voelt? Ik ben op school de kwink-coach. Ik probeer de methode levend te houden binnen de school en organiseer ouderavonden. Dus alles op sociaal-emotioneel gebied komt op mijn bureau terecht.
 
Wat als je weg zou gaan?
 
Als ik weg zou gaan… dan zal er een gat vallen, een flink gat. Natuurlijk wordt er dan een oplossing gevonden. Maar ik heb er jaren over gedaan om dit op te bouwen. Ik ben er helemaal ingegroeid. Ook ouders weten je te vinden. Hoe langer je ergens blijft, des te steviger die taak wordt.
Bovendien zit ik in het netwerk van vertrouwenspersonen van Tangent. Daar wordt het beleid voor alle scholen binnen Tangent gevormd en geschreven.
In de klas geef ik nu heel anders les dan 25 jaar geleden. Als je meegroeit met bijvoorbeeld het digiboard en het directe instructie-model roest je niet vast. En als je 25 kinderen een gelukkige dag wilt bezorgen, als je blije gezichten wilt blijven zien, raak je niet snel verveelt.

CIMG5337 700 3
 
Stelling 2: Financiële aspecten spelen de belangrijkste rol bij het overwegen gebruik te maken van mobiliteit.
Dat is niet van toepassing!
 
Je kunt toch op een andere school adjunct of directeur worden met je capaciteiten?
 
Dat is mijn ambitie niet. Ik wil aan de basis blijven staan. Ik zal nooit en te nimmer naar een bureaubaan achter een computer solliciteren. Er is natuurlijk wel beloningsdifferentiatie binnen Tangent. Je kunt zelf solliciteren naar een hogere beloning. Je moet dus bewijzen met referenties, verslagen en aanbevelingen dat je het waard bent. Dit heb ik wel geprobeerd maar dat past niet zo bij mij. Ik vind als je je werk goed doet en men is blij met je, moet dat gezien worden. Maar dat je zelf moet bewijzen dat je een hogere schaal waard bent, gaat me veel te ver.
 
Stelling 3: Werknemers die gebruik maken van mobiliteit worden gedreven door ambitie. Zij willen in zichzelf investeren om zich ervan te verzekeren dat ze het carrièrepad kunnen volgen dat zij voor ogen hebben.
Als je graag leerkracht bent en je wilt blijven werken met jonge kinderen is er geen carrièrepad. Dat hoeft ook niet. Ik ambieer ook geen fulltime baan. Ik heb een benoeming van 75%. Dat vind ik voldoende.
 
Stelling 4: In deze tijd met een beweeglijke, veranderende arbeidsmarkt is het niet meer mogelijk en ook niet wenselijk een gouden horloge met de inscriptie ‘Veertig dienstjaren’ te verdienen.

Sommige mensen zullen denken: die zit lekker vastgeroest! Maar ik weet zelf hoe ik ben, wat ik hier doe en wat ik hier beteken. Daar ben ik heel trots op.
Natuurlijk denk ik zelf ook wel eens: misschien moet ik andere dingen gaan doen. Ik ben zeer begaan met het lot van vluchtelingen. Een paar maanden geleden ben ik naar de open dag van Prinsenbos geweest. Dat is een school voor vluchtelingen. Het was zeer interessant. Maar ik kreeg daar ook te horen dat het leerlingenaantal sterk terugloopt. Dus die weg wordt het niet. En een andere is er niet. Eerlijk gezegd: ik wil mijn 25 jaar hier op De Kring volmaken. En daarna? Er is nog zoveel te doen…
 
Heeft geen enkele directeur ooit tegen je gezegd: ‘Sacha, wordt het niet eens tijd dat je een andere groep neemt, een andere functie accepteert?’
 
Nee. Als er heel veel kennis over een bepaalde leeftijd van kinderen is bij een leerkracht en je zet die ineens bij een andere leeftijd, dan gaat er veel know how verloren. Alle tijd die je verliest aan het opbouwen van deskundigheid kun je niet besteden aan kinderen. Dan geef ik mijn tijd liever uit met alle je kennis en ervaring aan kinderen van dezelfde leeftijd dan dat je steeds wisselt.

2x staand 2
 
Stelling 5: Een werkgever moet een actief beleid voeren om mobiliteit van personeel te bevorderen.
Er zijn heel veel voorwaarden nodig om dat verantwoord te doen. Er moeten goede redenen zijn om mobiliteit in werking te zetten. Waar blijft alle ervaring en kennis die je als school kwijtraakt? Die zul je moeten compenseren.
In sommige gevallen zal het voor leerkrachten persoonlijk best goed zijn om te veranderen. Maar ik kijk op de eerste plaats naar de kinderen.
 
Maar als een leerkracht zich binnen het team niet gelukkig voelt?
 
Dan zal het zeker verstandig zijn om te mobiliseren.
 
Er zijn hier toch ook personeelswisselingen geweest? Hoe voel jij je op die momenten?
 
Ik heb in de loop van de jaren een hechte band opgebouwd met collega’s. Daar heb ik veel vriendinnen aan overgehouden. Zij zijn vertrokken, dat vond ik jammer, maar er zijn nieuwe mensen voor in de plaats gekomen. Het belangrijkste is mijn werk hier met de kinderen en zolang ik dat nog heerlijk vind, kan ik met die wisselingen wel omgaan. Ik kan goed overweg met nieuwe collega’s.
Er moet wel iets héél leuks voorbijkomen, wil ik hier weggaan.

< Peter Vervloed >