Robin heeft geen lunchpauze en is nooit ziek

"Het leek me meteen interessant," vertrouwde Emmy Hart - directeur van de Prins Bernardschool - mij toe. "Per slot van rekening wordt het beheersen van een tweede taal steeds belangrijker. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat hoe jonger je bent, hoe makkelijker je een tweede taal leert." En ook de leerkrachten van de groep 1 en 2 voelden er wel wat voor om aan het onderzoek deel te nemen.
De ouders zijn door middel van een brief door de universiteit geïnformeerd over het onderzoek. Ook is uitdrukkelijk toestemming gevraagd voor deelname en voor het maken van filmopnamen, want de interactie tussen kind en robot wordt gefilmd. 

Social robot1

Onderzoeksdoel 
De resultaten van het onderzoek leveren belangrijke informatie op over de sociale en talige vaardigheden die de robot moet beheersen om tweede taalles te kunnen geven aan jonge kinderen. Bovendien draagt het onderzoek bij aan de ontwikkeling van een robot die niet alleen sociaal is, maar ook les kan geven.
De robot is een NAO robot, gefabriceerd door Soft Bank Robotics. Hij is 58 cm. hoog. NAO kan zitten, staan, liggen, bewegen en reageren op wat een kind zegt en doet, al moet daarvoor nog wel een persoon van vlees en bloed én digitale kennis commando’s geven achter een laptop. Maar de ontwikkelingen gaan verder. Binnen niet al te lange tijd is het mogelijk de robot zodanig te programmeren dat hij zelfstandig reageert binnen de aan hem toevertrouwde mogelijkheden aan bits en bites.
Een naam heeft NAO al. De onderzoekers hebben hem Robin genoemd.

Social robot2Het verloop van het onderzoek
De kleuter doet individueel mee aan een onderzoek van twintig minuten. De robot Robin speelt een laagdrempelig spelletje met hem dat erg lijkt op ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet’.
Robin vraagt in een speelse interactie herhaaldelijk aan hem om op een tablet een plaatje aan te wijzen van wat de robot ‘gezien’ heeft. Via deze weg leert het kind Engelse woordjes. Vlak voor het onderzoek, vlak erna en weer een week later zullen de onderzoekers een korte test doen om te kijken welke woorden het kind geleerd heeft. Kortom: wat is het leerrendement geweest?
Als het onderzoek afgerond is, zullen de onderzoekers een presentatie verzorgen voor ouders en leerkrachten.
Begin maart is Robin in de klas geïntroduceerd. Hij heeft elke kleuter een handje gegeven. Daarna heeft hij met de kinderen in de kring het liedje ‘Hoofd, schouders, knie en teen’ gezongen en mee bewogen. Ook ‘Hansje, pansje, kevertje’ bleek hij te beheersen. Na een kwartiertje werd Robin volgens de begeleidster moe en moest hij gaan slapen. Enkele kleuters kwamen hulpvaardig met een dekentje aan lopen. ‘Welterusten, Robin.’
Bij deze introductie was ook een aantal ouders aanwezig.

De toekomst
Emmy Hart: ‘Ik zie zo’n robot wel zitten, maar dan zeker ook als NT2 (Nederlands als tweede taal, red.) leraar. Hij heeft geen lunchpauze nodig en is nooit ziek. Hij is altijd inzetbaar. Als hij opgeladen is, tenminste. Hij kan dus een welkome ondersteuning zijn voor de leerkracht die veel taalzwakke kinderen in zijn groep heeft.’
Robert Nijssen, beleidsmedewerker ICT van Tangent, heeft de onderzoekers gewezen op twee populaire computerprogramma’s voor digitaal aan de weg timmerende scholen: Rekentuin en Taalzee. Misschien is het mogelijk deze programma’s aan te bieden door middel van een NAO-robot. Of Robin het druk krijgt, zal de toekomst leren.

< Peter Vervloed >

Kijk via deze link naar een video op YouTube waarin deelnemenden aan het L2TOR-project een toelichting geven of lees er meer over op de website van de Universiteit.

Video L2T0R project